Eind augustus is traditioneel gezien veel te laat om Nocino te maken. Je moet in principe immers de groene noten in vier kunnen snijden, en eind augustus is dat niet meer echt evident. De houtige buitenkant van de walnoot is binnenin de groene schil al veel te hard om de noot nog te kunnen doorsnijden.
Maar … ik wilde geen jaar wachten om eindelijk eens nocino te maken, dus voila, op een niet-zo-tradionele manier dan maar.
Nocino? Che?
Nocino is de Italiaanse naam voor walnotenlikeur. Het wordt gemaakt door groene walnoten te laten trekken in alcohol, met suiker en eventueel nog enkele smaakmakers als citroen- of appelsienschil, vanille, kaneel, … . Het resultaat wordt een heel donkerbruine likeur, met een smaak die, als ik me goed herinner, wat naar porto neigt.
Ofwel gebruik je alcohol van 96%, waar je dan na zo’n maand of 2 de walnoten en kruiden uitzeeft en suikerwater aan toevoegt, ofwel gebruik je alcohol van 40% (wodka), waar je de suiker al ineens aan toevoegt.
Mijn versie
In plaats van de walnoten in vier te snijden, schilde ik ze. Daarna gebruikte ik een notenkraker om ze te kraken. Aangezien het een experiment is, voegde ik verder geen smaakmakers meer toe, eerst eens bekijken hoe de smaak evolueert. Ik vind niet zo veel terug over ervaringen met ‘late’ nocino, maar hij zou wel eens redelijk bitter kunnen worden.

ik gebruikte:
- 15 groene walnoten
- 750 ml alcohol van 40%
- 200gr ruwe rietsuiker
Tip : gebruik een oude snijplank en plastiek handschoenen, anders zal je merken waarom walnoot vroeger als donkerbruine verfstof werd gebruikt. Je merkt het niet direct, maar na een half uur zijn je vingers donkerbruin, en dat krijg je er niet direct af … :) .
En nu kan het wachten beginnen. Af en toe een schudden en over zo’n anderhalve maand filteren. Daarna nog 2 maanden laten rijpen.
Ik houd jullie op de hoogte!
Update : dit jaar heb ik opnieuw Nocino gemaakt, op tijd deze keer :) , je kan er hier alles over lezen.